Evenwicht tussen de belangen van mens, maatschappij en bedrijf weer leidend

Auteur: Aart van der Gaag.


Grote ondernemers zoals Ko Vis en Jacques van Marken (later AKZO en GIST/Brocades) en vele anderen uit die tijd, eind 1800 begin 1900, waren ook sociale ondernemers. Ze stichtten woonwijken voor hun arbeiders, zorgden voor medische hulp, richtten sportverenigingen op, zelfs de eerste ondernemingsraad was er al onder Jacques van Marken. Rentmeesterschap werd het motto, zorgen voor mens en maatschappij, en continuïteit van het bedrijf. Nu heet dat People Planeet Profit, maar het aantal bedrijven dat in de geest van deze pioniers werkt is niet groot meer.

Het Rijnlandse model dat bovengenoemde waarden hoog in het vaandel had, werd allengs door het Angelsaksische aandeelhoudersmodel verdrongen, wat maximale (financiële) winst voor de aandeelhouders beoogt, in plaats van de belangen voor de stakeholders te behartigen. De mannen die zelf zo’n bedrijf startten, zijn bijna allemaal vervangen door managers die zelf de hoogste bonus willen hebben.

In het familiebedrijf en in het midden- en kleinbedrijf vinden we echter vaker de waarden terug die ik hierboven benoem. En … op 20 januari 2019 in Buitenhof, het zondagse opinieprogramma van VPRO/AvroTros/BNNVara op televisie, pleitte Feike Sybesma van DSM bovendien weer voor een ander type bedrijfsvoering: “We zouden ons weer zoals Shell vroeger was, moeten gedragen”. DSM en Hoogovens hadden bijvoorbeeld op hun eigen terrein een sociale werkplaats voor werknemers die een bedrijfsongeval meemaakten en niet in een regulaire baan terug konden.

Wat heeft dat nu allemaal met de rechtsstaat te maken?

We leven (wereldwijd) in een tijd van grote onrust en weerstand, populistische bewegingen maken grote sprongen, we hebben zelfs populistische presidenten, er worden vijanden gezocht in de staat, in het parlement, bij de rechterlijke macht, in de media. Grote groepen sluiten zich uit onvrede aan.

Laat ik nu denken dat het gegeven dat mensen niet meer zeker zijn van hun baan, hun pensioen, de toekomst van hun kinderen, hen in de armen van deze rattenvangers drijft. Weliswaar hebben die niets te bieden, maar ze zeggen het zo lekker duidelijk. Ze stemmen in de praktijk vaak voor maatregelen die helemaal niet in het belang van de vooronderstelde achterban zijn, maar dat maakt niet uit, in de speeches en oproepen tot verzet zeggen ze het tegenovergestelde, ze verspreiden nepnieuws als geen ander.

De onzekerheid kruipt in de genen van de maatschappij, al gaat het economisch goed, alle bestuurders worden gewantrouwd, zoals de gehele klasse van gezagsdragers. Stapelbaantjes op het minimumniveau, uitkleden van verworven rechten, steeds minder vaste banen én ondernemers die niet meer voor hun mensen staan, maar ze louter zien als productiemiddel: het zijn allemaal oorzaken waardoor de rechtsstaat aangetast kan worden.

De tegenbeweging is er wel, familiebedrijven die inclusief zijn, midden- en kleinbedrijven die hun medewerkers als familie zien en natuurlijk ook genoeg grootbedrijven die het wel goed doen. Ik hoop dat Feike Sybesma geen eenzaam roepende in de woestijn zal zijn maar dat hij het begin van een kentering inluidt, dat we naar een era gaan waarin evenwicht tussen de belangen van mens, maatschappij en bedrijf weer leidend zal zijn.

Twitter: @aartgaag

De overheid staat boven de wet

Auteur: Robin Fransman.


In Nederland staat de overheid op allerlei manieren boven de wet. OK, dat is wat sterk uitgedrukt, maar laten we zeggen dat de overheid een status aparte heeft, met bijzondere rechten en belangrijke uitzonderingen. En dat heeft effecten op de rechten, zekerheden en vrijheden van burgers.

Ik moest daaraan denken toen ik in de krant las dat na vele jaren procederen de overheid nu naar verwachting een schadevergoeding moet betalen in de Chipshol zaak. Een typisch geval waarin de juridische overmacht van de overheid op allerlei manieren geïllustreerd wordt, maar te ingewikkeld voor een column als deze, daarom een voorbeeld uit de dagelijkse praktijk.

Toen ik mijn oudste dochter voor het eerst naar de net nieuw gebouwde school bracht, viel het me gelijk op. Gangen en trappenhuizen die volhingen met soms brandbare spullen, en zo bemeten dat mensen elkaar maar net kunnen passeren. Een brandval. Ik keek omhoog en zag geen sprinklers hangen. Schokkend. Althans, dat vond ik. Een google search vertelde me dat sprinklers voor scholen niet verplicht zijn. Iets waar het Verbond van Verzekeraars zich volgens interwebs erg boos over maakte bij de laatste herziening van de wetgeving rond veiligheid in gebouwen. Heel apart, want in elk kantoorgebouw zijn sprinklers verplicht. Bleef over de smalle gangen en trappenhuizen. Ik belde de brandweer met de vraag of ze een controle hadden gedaan.

“Nee meneer, wij controleren deze scholen niet.”

“Pardon?”

“Ja meneer wij zouden het graag doen, maar we mogen het niet. Het schoolgebouw is van de gemeente en dat is een overheid en die mogen wij niet controleren. Daarbij, de overheid wordt geacht zich aan de wet te houden.”

“Wow.”

Het is zomaar een voorbeeld van de rechtsongelijkheid tussen overheid en andere rechtspersonen. Er zijn er natuurlijk veel meer. Ik zal verre van uitputtend zijn, maar ik wil er graag een paar met u delen.

De immune ambtenaar
Ambtenaren zijn strafrechtelijk immuun. Ze kunnen niet vervolgd worden voor misdaden als ze die begaan bij het uitvoeren van een exclusieve overheidstaak. Een ambtenaar die door slordigheid een bouwvergunning afgeeft voor een brandonveilige school kan dus niet worden vervolgd voor bijvoorbeeld ‘dood door schuld’.

De zwaarderwegende getuigenis
De getuigenis van een ambtenaar onder ambtseed weegt zwaarder dan die van een gewone burger.

De marginale toets in het bestuursrecht
Wie een conflict heeft met de overheid over een besluit, kan de inhoud van dat besluit alleen marginaal laten toetsen door de bestuursrechters; de rechter kijkt dan naar het proces van besluitvorming. De inhoud van het besluit kan slechts bij zeer bijzondere gevallen aan bod komen.

De gemene deler in al deze voorbeelden is het uitgangspunt: uw overheid is altijd betrouwbaar of op zijn minst betrouwbaarder dan u als gewone sterveling. Een scherp contrast met zoveel andere wetgeving die uitgaat van een ten principale niet te vertrouwen burger.

Dat beginsel, het vertrouwensbeginsel van de overheid, vind je op veel plekken terug. Niet in de laatste plaats op het verbod voor rechters om te toetsen aan de grondwet.

Dat zou nog acceptabel zijn als de prikkels voor en van de overheid, en voor en van de ambtenaren, gericht zijn op kwaliteit, rechtmatigheid en zorgvuldigheid. Maar dat is lang niet altijd het geval. Dat de getuigenis van een politieagent zwaarder weegt dan die van een burger kan op zichzelf acceptabel zijn, maar voer een boetequotum in voor politieagenten, verplicht ze om een minimum aantal boetes per week uit te schrijven, en dan is het niet langer acceptabel. Deze perverse prikkel lokt misbruik van de bijzondere rechtspositie uit. Het niet op brandveiligheid toetsen van scholen kan acceptabel zijn, maar laat dezelfde gemeente ook de kosten van schoolgebouwen dragen en de bouwvergunning verstrekken, en het wordt onacceptabel. Vertrouwen kan alleen daar waar de prikkels ook gericht zijn op het voorkomen van belangentegenstellingen.

Een paar jaar geleden diende ik een ingebrekestelling in voor het niet tijdig beslissen op een bouwvergunningsaanvraag. De gemeente is dan verplicht om je een dwangsom te betalen voor elke dag dat ze te laat zijn. Ik werd gebeld door de gemeente. Of ik de ingebrekestelling wilde intrekken. En als ik dat niet deed, hadden ze geen andere keus dan de bouwvergunning te weigeren. Maar als ik hem zou intrekken dan was de bouwvergunning er binnen een week. Ik weet nog steeds niet of dat nou vertrouwenwekkend is.

Robin Fransman is Chef Geld bij De Argumentenfabriek en is bereikbaar op Twitter: @RF_HFC

Hoera: een minister die oproept de rechtsstaat actief te verdedigen

Auteur: Onno Bosma.


Minister Sigrid Kaag (Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking) pleitte 30 september 2018 in haar Abel Herzberglezing voor een strijdbaarder antwoord op xenofobie, nationalisme en ‘het tribale identiteitsdenken’. Ze noemt ‘de stilte van het zwijgen’ een sluipend gevaar dat onze waarden en uiteindelijk ons allemaal bedreigt. Ze oogstte naast veel bijval ook kritiek, bijvoorbeeld in twee opiniestukken in NRC-Handelsblad.

Paul Scheffer, sinds mensenheugenis en langzamerhand nogal voorspelbaar schrijvend over de gevaren van de multiculturele samenleving, verwijt Kaag dat ze het niet heeft over de falende elites.
Ze had met hartstocht moeten spreken over de grote banken, waarvan de cultuur tien jaar na de financiële crisis niet wezenlijk is veranderd. Ze zit in een regering die de dividendbelasting wil afschaffen, een besluit dat de diepe onrechtvaardigheden symboliseert die mensen in de armen van populisten drijft.
Scheffer gebruikt een klassieke debattruc: hij bekritiseert Kaag niet om wat ze in haar lezing heeft gezegd, maar om wat ze onbesproken liet. Eigenlijk suggereert hij dat de minister geen recht van spreken heeft, omdat ze faalt als deel van de elite die het populisme vleugels geeft.

Maar Kaag heeft natuurlijk wél recht van spreken en wat ze zegt is des te relevanter omdát ze minister is. Misschien had het haar betoog nog sterker gemaakt als ze de dilemma’s had benoemd die haar positie met zich meebrengt: zo is ze inderdaad medeverantwoordelijk voor een maatregel die mensen terecht des duivels maakt. Maar ze deed in haar lezing wat we zo graag willen en wat zelden gebeurt: een lid van de regering die een eigen geluid laat horen dat er niet om liegt. Een geluid, waarmee ze focust op één cruciaal thema: we mogen niet stil blijven zitten als de grondslagen van onze rechtsstaat worden ondermijnd. Kaag noemt Wilders en Baudet niet en evenmin hun buitenlandse voorbeelden, maar wij en zij weten dondersgoed wie ze bedoelt.

Baudet voelt zich in elk geval aangesproken, ook hij reageert in NRC-Handelsblad. Zijn betoog valt deels samen met dat van Scheffer: de elitaire Sigrid Kaag zit in een ivoren toren van VN-organisaties (bah!) en D66-feestjes (foei!) en ze ontmenselijkt haar tegenstanders door ze de meest onaangename zaken aan te wrijven. Kaag lastert dus volgens Baudet. In zijn opiniestuk bewijst hij echter zelf weer eens dat hem geen onaangename zaken worden ‘aangewreven’, maar dat het gaat om door hem ondubbelzinnig geformuleerde opvattingen. Zo plaatst hij zich in NRC-Handelsblad in de traditie van de Hongaarse premier Orbán, wiens systematische aantasting van de rechtsstaat op 12 september leidde tot een ongekende veroordeling door een grote meerderheid van het Europese Parlement. In Hongarije zijn kranten gesloten, universiteiten bedreigd met sluiting en werd het politieke partijen onmogelijk gemaakt om campagne te voeren. Maar ja, de mening van het Europese Parlement telt voor Baudet niet, dat bolwerk van ‘supranationale besluitvorming, Europese eenmaking en mensenrechtenhoven.’ Voor Baudet zijn mensenrechten er voor ons in onze veilige nationale staten, niet voor hún daarbuiten. En evenmin daarbinnen, als ze van het verkeerde geloof zijn.

Met zijn sneer naar de mensenrechtenhoven illustreert Baudet bij uitstek de urgentie van Kaags boodschap. Scheffer slaat de plank hopeloos mis met zijn verwijt dat de minister (deze keer) alleen het gevaar benoemt en niet de oorzaken van de bereidwilligheid waarmee mensen achter de populisten en nationalisten aanlopen. Daarover wordt terecht al veel gezegd en geschreven. We moeten ook niet zwijgend maar vaak en luid sprekend op de bres staan voor onze rechtsstaat en haar verworvenheden.

Arbeid, een eigenaardig medicijn

Auteur: Aart van der Gaag.


Nee, ik pleeg geen plagiaat, ik vermeld hier keurig dat dit de titel was van een boek van Hans Achterhuis uit 1984. Maar deze kop past goed bij wat er op dit moment gebeurt.

Was het in vroeger jaren nog zo dat werken opgehemeld werd als panacee voor vele kwalen, Hans Achterhuis zette daar toen zijn vraagtekens al bij.

Nu lees je steeds meer kritische kanttekeningen. Ja, ‘iedereen doet mee’ wordt nog heel belangrijk gevonden, we leven tenslotte in de participatiemaatschappij. Maar er is veel veranderd in heel korte tijd. De verhouding vast flex begint onevenwichtig te worden en de factor arbeid krijgt steeds minder van de totale koek. De laatste twintig, dertig jaar zouden velen er qua koopkracht niets meer bijgekregen hebben. Velen hebben twee -vaak tijdelijke- baantjes nodig om het hoofd boven water te houden.

Michael Moore zegt in een interview rond zijn laatste film (Fahrenheit 11/9), dat hij daarom eigenlijk best begrijpt dat een grote groep witte teleurgestelde ‘bluecollarworkers’ in hun wanhoop dan maar op Trump stemden, niet dat het hun helpt, maar ze zijn gefrustreerd.

Dezelfde tendensen zien we in Nederland, waar in België het begrip precaire arbeid allang bestond, deden wij net alsof het hier niet aan de orde was.

Populisme kent vele oorzaken, maar je buitengesloten voelen, niet meer mee kunnen doen, drijft je vaak in de armen van rattenvangers. Die partijen doen niks en gaan ook niks doen voor deze groepen, maar ze wekken de illusie en ze ‘zeggen tenminste waar het op staat’.

De tweedeling in de maatschappij, tussen hoog- en laagopgeleiden (je mag het niet meer zeggen), tussen have’s en havenots is daarmee één van de redenen waardoor de rechtsstaat ondergraven wordt, steeds meer mensen het vertrouwen verliezen, vechten voor hun bestaan en geen geloof meer hebben in degenen die hen zouden moeten vertegenwoordigen.

Het was nauwelijks een kwestie in de politieke beschouwingen. Die gaan wel over niet bestaande koopkrachtplaatjes en over migratie, maar veel minder of helemaal niet over wat ons vroeger in de polder verbond en nu scheidt.

Ik heb geen oplossing voor de korte termijn (in ieder geval zouden lonen omhoog moeten) maar agenderen is de eerste weg.

 

 

Waarom aansluiten bij ‘Nederland: Wereldland’?

Auteur: Hermine Broggel.


In 2016 gebeurden er drie belangrijke dingen. In april in Nederland een referendum over het verdrag tussen de Europese Unie en Oekraïne, in juni een referendum in Engeland over uittreding van dat land uit de Europese Unie (Brexit) en op 8 november in Amerika de verkiezing van Donald Trump tot president. Alle drie de keren hadden veel mensen spijt, want: niet gestemd; het komt niet zover; dat gaat niet gebeuren. Steeds waren de leugens niet van de lucht, het bedrog in Engeland was de volgende dag al duidelijk, Nigel Farage zei het gewoon: het is niet waar wat ik heb gezegd. Ons eigen referendum in april was ook omgeven door onwaarheden, het was zelfs voor de stemming al duidelijk dat het een uit de hand gelopen actie was van GeenStijl e.a., die helemaal niet over het verdrag ging.

In Engeland en Amerika gingen er vanaf de dag erna veel mensen de straat op om te demonstreren. Dat is natuurlijk goed, maar ook te laat. Ik zocht een manier om van tevoren mijn stem te laten horen, samen met veel andere mensen die dit ook wilden.

Het ‘burgerinitiatief Nederland: Wereldland’ kwam daarom als geroepen. Ik reageerde op de tweet van Onno Bosma, gaf mijn emailadres, en een week later hadden we een eerste bespreking met een enthousiaste groep mensen die allemaal hetzelfde willen: voor de verkiezingen de krachten bundelen en onze stem laten horen. Als burgers, niet als politieke partij, die zijn er al genoeg.

Onze eerste actie is demonstreren voor de bescherming van onze rechtsstaat op 11 maart in Amsterdam, en iedereen oproepen om in ieder geval te gaan stemmen op 15 maart. Daarna houdt het niet op. We gaan door met dit initiatief. Het blijft belangrijk. Deze beweging moet zo belangrijk worden dat iedereen ervan heeft gehoord, en meer weet over wat eigenlijk een rechtsstaat is. En met name ook mensen zonder juridische achtergrond zoals ik zelf.

De Soeverein en het paspoort

Auteur: Mark van der Laan.


Op 7 februari 2017 ging de Eerste Kamer akkoord met het voorstel van het Kabinet om Jihadstrijders met een dubbele nationaliteit zonder tussenkomst van de rechter het Nederlanderschap af te nemen. In het verkiezingsprogramma van de VVD staat zelfs dat alle Nederlandse Jihadstrijders het Nederlanderschap dienen te verliezen. Waar het laatste voorbeeld juridisch niet kan door internationale verdragen en uitspraken van het Europese Hof, zou het eerste voorbeeld nog enigszins door de beugel kunnen, juridisch gezien.

Maar deze twee voorbeelden zijn niettemin schadelijk voor de Rechtsstaat. De Italiaanse filosoof Giorgio Agamben betitelt dit als de Soeverein die de State of Exception instelt. De Soeverein neemt zware maatregelen om de Staat te beschermen. Agamben ziet hierin een glijdende schaal waarin het uiteindelijke eindstation het (concentratie)kamp is. Beide voorbeelden vallen onder dit idee van Agamben. Het gaat hier nu nog om een kleine groep, maar nu de Eerste Kamer hieraan de kracht van wet heeft gegeven, hebben wij een wet die een Soeverein ook de potentiële macht geeft om straks nog verder te gaan.

Op 15 maart en wij kunnen dan de rechtsstaat beschermen, maar op 16 maart moeten wij doorgaan met deze strijd. Om de Amerikaanse admiraal John Paul Jones te citeren, I have not yet begun to fight!

Briefje

Auteur: Liesbeth.


Als ik de hond ga uitlaten, zie ik op een schuur vlakbij, een klein briefje geplakt zitten.

“Ik kan je niet verhinderen,
Maar als je links stemt, verraad je je eigen kinderen.
D66 ook.”

Handgeschreven. Misschien van de eigenaar van de schuur, misschien van iemand anders.
Anoniem, in ieder geval.
Een stemadvies of een uiting van ongenoegen?
Het roept in ieder geval meer vragen op, dan dat er antwoorden zijn te bedenken.

Waar maakt de schrijver zich zorgen om? Om de toekomst? Als ik nou wist van wie het was, dan konden we misschien in gesprek raken. Dan kon ik hem of haar misschien geruststellen, dat we nog steeds in een land leven waar kinderen en hun rechten tot op zekere hoogte nog steeds beschermd zijn.

Maar anderzijds zou ik wel zeggen dat we daar zeer alert op moeten zijn, dat de kinderrechten al rafelrandjes vertonen, zoals het al dan niet nakomen van het kinderpardon.
Dat ook niet meer alle kinderen zonder meer onderwijs kunnen krijgen, ondanks dat ze daar recht op hebben.

Dat er kinderen zijn die hongerig naar school gaan, omdat hun ouders het niet kunnen bolwerken.
Dat niet alle gevluchte kinderen hier meer welkom zijn.

Kinderen zijn onze toekomst.
En kinderen hebben recht op een toekomst.

Rafels aan de Rechtsstaat

Auteur: Aart van der Gaag.


Vrijdag zat ik aan tafel met Ferdinand Grapperhaus, hoogleraar in Maastricht, oud SER lid, baas van advocatenclub Allen&Overy en in een recent verleden onder andere ook voorzitter van de CDA programmacommissie.

Ferdinand is een bijzondere man, behoort overduidelijk tot de elite, maar is niet bang zich controversieel te uiten. Doet nooit mee aan gangbare politieke correctheid. Volg zijn tweets maar @ferdgrapperhaus. Bovendien heeft ie leuke merkwaardige hobby’s. Hij weet veel van muziek, pop en klassiek, leest alles, kijkt films, als je zijn lijstje met aanbevolen cd’s films en boeken ziet word je al moe van het denken aan de opdracht om dat allemaal te horen, te zien en te lezen.

Natuurlijk had ik het met hem over #beschermderechtsstaat en dus Nederland: Wereldland, niet gek als je weet dat hij net een boek ‘Rafels aan de Rechtsstaat’ heeft laten verschijnen.
En wat ik hoopte gebeurde, ja hij werd enthousiast en wil geïnformeerd worden, en dat doen we.
En ja, dat gebeurt me dus veel meer, sympathie genoeg, interesse volop en ik zie een uiterst enthousiaste zeer diverse groep, die bouwt aan deze jonge burgerbeweging Nederland: Wereldland.

En tegelijkertijd besef ik dat we het echt aan het uitvinden zijn, dat succes niet gegarandeerd is, dat we geld, marketing, grote groepen en organisaties nodig hebben.
Een bedrijf leiden is echt veel makkelijker.
Wie komt helpen?

Niet volmaakt; wel voldoende

Auteur: Gertjan Kleinpaste, Kandidaat Tweede Kamerlid voor de Piratenpartij.


Natuurlijk ben ik erbij op 11 maart 2017, ‘Nederland Wereldland’. Een manifestatie waar we onderstrepen hoe belangrijk onze rechtsstaat is. Laat ik eerlijk zijn. Ik heb een haat-liefde verhouding met die rechtsstaat. Ik heb in mijn leven voldoende aanvaringen gehad met de rechtsspraak en met de daaruit voortkomende vonnissen om teleurgesteld te zijn. Ik wantrouw advocaten en rechters. Zoals ik veel politici wantrouw. Maar ik koester die prachtige zin van Willem Wilmink uit het lied ‘Ben Ali Libi’:

‘En altijd als ik een schreeuwer zie,
met een alternatief voor de democratie,
denk ik, jouw paradijs, hoeveel ruimte is daar
voor Ben Ali Libi, de goochelaar’.

Met onze rechtsstaat is dat net zo. Niet perfect, maar zeker beter dan een situatie waarin er geen rechtsstaat is en het gelijk per definitie aan de zijde van de macht zit vastgeplakt. Mijn moeilijke verhouding tot het recht, komt voort uit de gedachte dat we alles in regels willen vangen en er teveel van uit lijken te gaan dat alles wat niet expliciet verboden is, is toegestaan. Niet alles wat wettelijk mag, is wenselijk. Niet alles wat niet mag, is per definitie ongewenst.
Naast een juridisch kader blijft het van cruciaal belang dat wij mensen met elkaar in gesprek blijven over de wenselijkheid of de onwenselijkheid van bepaalde zaken. Dat wij daarover een ethisch debat voeren. Dat we de moraliteit altijd opnieuw aftasten en onderzoeken. Dat we die dialoog, dat gesprek, dat debat in vrijheid met elkaar kunnen voeren.

Daarom sta ik op 11 maart 2017 pal voor ‘Nederland Wereldland’. Ons land is zeker niet volmaakt, maar verdient een dikke voldoende voor de waarborgen die het haar burgers biedt.

Van het padje

Auteur: Aart van der Gaag.


Trump beschuldigt de media van vals nieuws, in Nederland is er al langer een hetze tegen de ‘linkse’ media, dan worden vaak bijvoorbeeld NOS, Volkskrant en Buitenhof bedoeld.

Ik behoor al mijn hele leven tot dat zogenaamde linkse kamp. Nadat ‘Het Vrije Volk’ ter ziele ging, nam ik een abonnement op de Volkskrant, ik ben lid van de VARA en de PvdA, Greenpeace en nog zo wat. Oh ja, voor de goede orde, ik behoor tot het werkgeverskamp, heb een aantal -heel grote- bedrijven geleid en ben jarenlang lobbyist voor de uitzendsector geweest.

Maar ik ben van het padje geraakt. Vooral door dit weekend. Het NOS journaal bracht zondag 19 februari een reportage van de massale opkomst van kiezers in Spijkenisse en even later een kort moment van een linkse bijeenkomst rond de zorg waar slechts enige duizenden op afkwamen. De werkelijkheid was dat er ongeveer 80 tot 150 gewone mensen op Wilders afkwamen (in tegenstelling tot de pers die er inderdaad massaal was) en dat er rond 10.000 mensen bij de zorgdemonstratie waren. Dat is dus ‘mijn’ leugenachtige linkse pers? Wel leugenachtig, niet links, wel van het padje. Hoe kan een neutrale club zo de fout ingaan, zodat ik ook niet meer weet wie en wat ik kan vertrouwen?

Net zo goed als dat ik steeds verbaasd ben dat die Kuzu van DENK steeds in Buitenhof verschijnt, dat elke politieke bedenkelijke splinter zoveel aandacht krijgt van respectabele programma’s als Pauw, Jinek of Nieuwsuur.
Mijn conclusie is dat linkse journalistiek er niet meer is, te bang om voor links versleten te worden, dat je niet alles moet geloven wat je ziet en hoort en dat burgers een tegenbeweging moeten vormen. Nederland: Wereldland is er zo één.